Een Soilmix wand is een alternatieve grondkering op basis van bodeminjectie.
Bodeminjecties hebben het doel de eigenschappen van de grond te wijzigen en de bodem in een dusdanige toestand te brengen dat deze een constructieve functie krijgt. De injectievloeistof en de aanwezige grond gaan zich mengen en stabiliseren zodat er een vast geheel verkregen wordt. Tijdens het Soilmixen wordt de aanwezige grond door middel van een holle stang en een mix-boorkop gemengd met een rijke cementspecie. Het voordeel van dit systeem is dat de grondkering trillingsvrij, zonder grondverdringing en zonder grondontspanning aangebracht wordt.
Omdat er geboord of gefreesd wordt kan de uitvoering eveneens gebeuren in grond welke stoorlagen uit vastgepakt zand, mergel of grind bestaan. Op deze manier kan er vlak naast belendingen gewerkt worden zonder dat er grote risico’s op zetting- of trillingschade ontstaan. Omdat de grond gebruikt wordt als grondstof kan men toeslagstoffen zoals zand en grind uitsparen en is er een geringe afvoer van overtollige grond. Verontreinigde gronden kunnen door het cement ingekapseld worden.

Bij soilmix kan men gebruik maken van verschillende mengmethoden afhankelijk van de soort grond.

BOORKOP SYSTEMEN
Bij de boorkop systemen wordt een metalen voerbuis samen met een spiraalboorkop trillingsvrij de grond ingeschroefd, terwijl doorlopend dämmer-mengsel onder druk wordt geïnjecteerd. Het dämmer-mengsel wordt onder druk door de holle voerbuis naar de injecteeropeningen in de mixkop gepompt en door de draaiende beweging van de mixkop gemengd met de losgemaakte grond. De uitgeoefende werkdruk wordt vergeleken met de resultaten van de diepsonderingen en boringen.

Tijdens de Bauma van 2004 werd door Bauer het cutter soilmix-systeem (CSM) gepresenteerd. Winmix slaagde er toen in dit prototype mee naar Nederland te krijgen en samen met Bauer verder te ontwikkelen tot het huidige systeem. Het eerste werk, wat wereldwijd bekend werd en met dit systeem werd vervaardigd, is een bouwkuip in Valkenburg met een ontgravingsdiepte van 8 meter vlak langs bestaande belendingen.

Bij het CSM-systeem wordt middels een freeskop de grond losgewoeld en gelijktijdig de dämmer geïnjecteerd. Op de freeskop zijn twee drukopnemers geplaatst om de steundruk van de groutspecie te meten. Deze druk onderaan de boorkop is ook de hydraulische druk welke zich in de soilmixkolom ontwikkelt. Deze druk dient altijd meer te zijn dan de gronddruk, zodat men geen zettingen veroorzaakt wanneer er direct naast belendingen wordt gewerkt. Deze hydraulische druk kan onderaan worden bijgestuurd door de pompdrukken en het volume van de groutspecie te regelen vanuit de machinecabine. Aanpassing van de hydraulische druk is noodzakelijk wanneer de druk abrupt lager wordt, teneinde geen ontspanning buiten de freessleuf te veroorzaken. In dat geval zullen de pompdrukken verhoogd worden en daardoor zal het volume van de groutspecie toenemen. Indien de drukken te hoog oplopen zal de volumestroom worden verminderd om de freeswielen te ontlasten. Daarnaast bevinden zich onder in de freeskop ook nog inclinometers. Hiermee kan de verticaliteit van de wand gegarandeerd worden. Er is een continue registratie van de positie van de freeskop in drie richtingen, zodat bijsturen tijdens het vervaardigen van de wand mogelijk is. Alles wordt aangeduidt op een beeldscherm in de machine. Na het bereiken van de gewenste diepte wordt de voerbuis met freeskop langzaam met draaiende freeswielen naar boven gehaald. Het injecteren van het dämmer-mengsel gaat verder tot het maaiveld bereikt wordt. Nadat de voerbuis en mixkop uit het boorgat verwijderd zijn kan de soilmixkolom eventueel gewapend worden met een staalprofiel.

KWALITEITSCONTROLE
Tijdens de uitvoering worden op een display de volgende gegevens aan de machinist getoond, zodat het proces continue wordt bewaakt en indien nodig bijgestuurd kan worden. Display gegevens:

• Diepte
• Inclinatie van het boorequipement
• Toerental van het boorequipement
• Volume per minuut van de ingepompte groutspecie
• Totaal verpompte volume per boring
• Groutdruk in de toevoerslang
• Hydraulische druk in de groutkolom
• Verpompt volume in functie van de diepte
• Oliedruk van het boorequipement
• Paalnummer
• Projectgegevens

HET UITVOEREN VAN DE CUTTER SOILMIXWANDEN:
De soilmixwanden worden uitgevoerd met de frees welke een breedte heeft van 2,40 m. De primaire palen worden gefreesd met een tussenafstand van 2,20 m. tot de berekende diepte. Nadien worden de secundaire palen tussen de primaire moten gefreesd. Telkens wordt langs beide zijden 20 cm weggefreesd zodat een waterdichte wand gecreëerd wordt. Elke zowel primaire als secundaire moot wordt, indien noodzakelijk, voorzien van wapeningsbalken.

DE CONTROLE
Indien gewenst kunnen na een verhardingstijd van 28 dagen kernen worden geboord (lengte circa 50% van de breedte van de cutter soilmixwand op 1 meter uit de bovenzijde van de wand). Deze worden op druksterkte en gewicht getest. Vervolgens worden de resultaten vergeleken met de verwachtingswaarden. Op basis van deze gegevens kan de kwaliteit van de soilmixwand vastgelegd worden.